0 leden en 1 gast bekijken dit topic.
Artikel 3...3. Deze richtlijn is niet van toepassing op gezinsleden van een burger van de Unie.
EU-Hof verbiedt Nederlandse inkomenseis voor gezinsherenigersDe strikte Nederlandse inkomensnorm voor gezinshereniging (120% van het minimumloon) is in strijd met de EU-richtlijn inzake het recht op gezinshereniging. Het is voldoende als het gezin beschikt over stabiele en regelmatige inkomsten om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Ook is onderscheid tussen gezinsherenigers en gezinsvormers niet toelaatbaar. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Nederlandse Raad van State.
ActueelEU-Hof verbiedt Nederlandse inkomenseis voor gezinsherenigersNieuwsbericht | 4 maart 2010De strikte Nederlandse inkomensnorm voor gezinshereniging (120% van het minimumloon) is in strijd met de EU-richtlijn inzake het recht op gezinshereniging. Het is voldoende als het gezin beschikt over stabiele en regelmatige inkomsten om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Ook is onderscheid tussen gezinsherenigers en gezinsvormers niet toelaatbaar. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Nederlandse Raad van State.Het betreft een arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 2010 in zaak C-578/08 (Rhimou Chakroun).De feiten zijn als volgt. M. Chakroun, van Marokkaanse nationaliteit, is geboren op 1 juli 1944. Hij woont sinds 1970 in Nederland en beschikt er over een gewone vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd. Sinds 2005 ontvangt hij een werkloosheidsuitkering.R. Chakroun, eveneens van Marokkaanse nationaliteit, is geboren op 18 juli 1948 en is al bijna veertig jaar, sinds 1972, getrouwd met M. Chakroun. In 2006 vroeg R. Chakroun een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar echtgenoot te kunnen wonen.De minister van Buitenlandse zaken wees deze aanvraag af omdat M. Chakroun niet over voldoende inkomsten beschikte. De werkloosheidsuitkering van M. Chakroun bedroeg immers 1 322 EUR, hetgeen minder was dan de toepasselijke inkomensnorm voor gezinsvorming, namelijk 1 441 EUR.De Raad van State heeft het Hof in het kader van het beroep dat tegen deze weigering was ingesteld prejudiciële vragen gesteld aan het EU-Hof van Justitie.De eerste vraag betreft de inkomensnorm voor gezinsvorming. Volgens de Nederlandse wetgeving (Vreemdelingenbesluit 2000) moet de gezinshereniger voor gezinsvorming beschikken over middelen die gelijk zijn aan 120% van het minimumloon.In zijn antwoord merkt het Hof onder meer op dat, aangezien de omvang van de behoeften van persoon tot persoon sterk kan verschillen, de lidstaten wel een bepaald referentiebedrag kunnen vaststellen, maar niet dat zij een minimuminkomen kunnen bepalen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan, zonder enige concrete beoordeling van de situatie van iedere aanvrager. (punt 48 arrest)Volgens het Hof mag een lidstaat niet gezinshereniging weigeren aan een gezinshereniger die het bewijs heeft geleverd over stabiele en regelmatige inkomsten te beschikken om in zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en in die van zijn gezinsleden te kunnen voorzien, maar die, gelet op de hoogte van zijn inkomsten, toch een beroep zal kunnen doen op bijzondere bijstand om te voorzien in bijzondere, individueel bepaalde noodzakelijke kosten van het bestaan, op inkomensafhankelijke kwijtscheldingen van heffingen van lagere overheden of op inkomensondersteunende maatregelen in het kader van het gemeentelijk minimabeleid. (punt 52)De tweede vraag betreft het onderscheid dat de Nederlandse wetgeving maakt naargelang de gezinsband vóór (gezinshereniging) of na (gezinsvorming) de komst van de gezinshereniger naar Nederland tot stand is gekomen. In geval van gezinsvorming is de inkomenseis hoger dan in geval van gezinshereniging.Het Hof merkt op dat richtlijn 2003/86 inzake het recht op gezinshereniging geen onderscheid maakt naargelang van het tijdstip van het huwelijk van de echtgenoten (punt 59). De richtlijn staat dan ook in de weg aan een nationale regeling die voor de toepassing van een inkomenseis een onderscheid maakt naargelang een gezinsband is ontstaan vóór of na de komst van de gezinshereniger naar de gastlidstaat.
Inkomenseis voor gezinshereniging verbodenLUXEMBURG - Nederland en andere EU-landen mogen geen minimuminkomen vaststellen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder een beoordeling van de situatie van iedere aanvrager. Dat heeft het Europese Hof van Justitie in Luxemburg donderdag bepaald.Aanleiding voor de uitspraak was een zaak rond de Marokkaan M. Chakroun die sinds 1970 in Nederland woont. Twee jaar later trouwde hij met een vrouw in Marokko. Chakroun heeft een werkloosheidsuitkering. Zijn vrouw vroeg in 2006 een verblijfsvergunning aan. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde die omdat haar man minder verdiende dan de inkomensnorm voor gezinshereniging.De Raad van State stelde daarop het hof in Luxemburg twee vragen. De eerste was of er bij gezinshereniging voor de inkomenseis onderscheid gemaakt mag worden tussen mensen die voor ze naar Nederland kwamen al getrouwd waren en zij die dat niet waren. Het hof oordeelde dat dat niet mag.Daarnaast wilde de Raad van State weten of de eis dat een gezinshereniger minimaal 120 procent van het minimuminkomen moet verdienen en geen aanspraak mag maken op bijzondere bijstand, gerechtvaardigd is. Het hof oordeelde dat per individu moeten worden gekeken of de inkomsten voldoende zijn en dat daarbij wel een beroep mag worden gedaan op bijzondere bijstand.De uitspraak van het hof betekent dat een Nederlandse rechter in zijn uiteindelijke uitspraak in deze zaak rekening moet houden met de mening van van het hof. Het ministerie van Justitie kon donderdag nog geen inhoudelijke reactie geven.
Volgens het Hof mag een lidstaat niet gezinshereniging weigeren aan een gezinshereniger die het bewijs heeft geleverd over stabiele en regelmatige inkomsten te beschikken om in zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en in die van zijn gezinsleden te kunnen voorzien, maar die, gelet op de hoogte van zijn inkomsten, toch een beroep zal kunnen doen op bijzondere bijstand om te voorzien in bijzondere, individueel bepaalde noodzakelijke kosten van het bestaan, op inkomensafhankelijke kwijtscheldingen van heffingen van lagere overheden of op inkomensondersteunende maatregelen in het kader van het gemeentelijk minimabeleid. (punt 52)
Art. 8 EVRM gaat over recht op gezinsleven, niet over discriminatie.Zodra iemand zich meldt die niet aan de 120% eis voldoet, maar wel € 1068 netto verdient kan een procedure worden gestart.Het beste is daarvoor iemand te nemen uit een land zonder MVV-plicht of voor wijziging verblijfsdoel van iemand die al hier is, want het zal zeker een langdurige procedure worden. Met veel verzet van de toekomstige regering.Ik houd me zeker aanbevolen voor zo'n zaak.
De uitspraak geldt niet voor jou, omdat je ook Nederlander bent.De beste oplossing is om te gaan praten met de baas van dat contract dat niet meer een jaar geldig si en er alsnog een contract van te maken dat één jaar geldig zal zijn op het moment dat je partner de NL nationaliteit aanvraagt.
De inkomenseis voor niet-Nederlanders die hun partner naar Nederland willen laten komen, staat op de helling. Dat is het gevolg van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Nederland moet voortaan bij elke afzonderlijke aanvraag de financiële situatie toetsen. Dit betekent discriminatie van Nederlanders met een buitenlandse partner.Het Europese Hof deed donderdag uitspraak in de zaak van de Marokkaan Rhimou Chakroun. Hij woont sinds 1970 in Nederland, maar trouwde twee jaar later met een vrouw in Marokko. Zij besloot in 2006 dat zij naar Nederland wilde komen maar Buitenlandse Zaken weigerde haar een Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV).Kansarme migrantenDe reden voor weigering: Chakroun heeft sinds 2005 een uitkering vanwege werkloosheid. Hij zou dus onvoldoende inkomsten hebben om zijn vrouw te laten overkomen. In Nederland geldt de verplichting dat mensen die hun gezinsleden naar Nederland willen halen minimaal 120 procent van de bijstandsnorm (nu 1481 euro) moeten verdienen. Dit om de toestroom van 'kansarme' migranten te voorkomen.Chakroun liet het er niet bij zitten en stapte naar de Nederlandse rechter. De zaak belandde uiteindelijk bij de Raad van State, en deze hoogste rechterlijke instantie in bestuurszaken besloot advies te vragen aan het Hof in Luxemburg. Dat Hof bepaalde donderdag dat gezinshereniging niet geweigerd mag worden als de financiële situatie het toestaat.Generieke inkomenseis van tafelDaarmee is de generieke inkomenseis van tafel, zegt Reinier Veenkamp, de advocaat van Chakroun: "Het Hof zegt niets over percentages, maar verwijst naar de Europese richtlijn dat je stabiele en regelmatige inkomsten moet hebben op minimaal niveau, waarmee je jezelf en je partner moet kunnen bedruipen."Uitkeringen volgens de Ziektewet en de WAO (arbeidsongeschiktheidswet) vallen volgens de raadsman wél onder 'stabiele en regelmatige inkomsten', maar een werkloosheidsuitkering niet omdat die eindig is.Het Europese Hof van Justitie verbindt aan deze uitspraak de conclusie dat 'van elke aanvrager afzonderlijk de financiële situatie moet worden bekeken'. Er mag van het Hof geen algemeen normbedrag worden vastgesteld en in ieder geval nooit een bedrag dat hoger is dan wat betrokkenen in hun situatie als regulier bijstand zouden kunnen ontvangen. Het 'advies' van het Luxemburgse Hof is bindend. De Raad van State zal deze uitspraak naar verwachting volgen en het ministerie van Justitie moet ervoor zorgen dat de procedures in Nederland wordt aangepast.Grote gevolgenDe uitspraak kan grote gevolgen hebben voor het migratiebeleid in Nederland. De Tweede Kamer ging eind 2004 akkoord met een forse aanscherping van het beleid voor gezinshereniging. Behalve de inkomenseis is de leeftijd van de partner die over wil komen verhoogd van 18 naar 21 jaar. Daarnaast gelden inburgeringseisen en wordt een minimale opleidingseis overwogen. Na een aanvankelijke daling stijgt het aantal 'importbruiden' zoals deze gezinshereniging vaak wordt genoemd sinds 2008 weer. Elk jaar komen er bij Justitie duizenden aanvragen binnen.
Commentaar vreemdelingenrechtadvocaat Gart AdangVoor terugkerende expats heeft deze uitspraak vooralsnog weinig betekenis. Het Europese Hof kon alleen over de Nederlandse middeleneis oordelen om dat de heer Chakroun geen Nederlander is. Niet-Nederlanders zullen nu slechts over maximaal € 1068 aan eigen inkomen hoeven te beschikken. De partner heeft namelijk bij aankomst altijd recht op € 165 algemene heffingskorting, een bedrag waar dankzij dit arrest ook rekening mee moet worden gehouden. Om de eenvoudige reden dat gemeentes dat ook doen bij de beoordeling van een recht op bijstand.Omdat als gevolg van deze uitspraak Nederlanders op het gebied van gezinshereniging door hun eigen overheid als derderangsburgers worden behandeld, is het wachten op de eerste procedure waarin deze verboden discriminatie naar nationaliteit zal worden aangevochten. Bovendien wordt het recht op gezinsleven door zo’n hoge middeleneis geschonden. Ik denk dat de overheid niet kan rechtvaardigen dat een Nederlander € 491 meer moet verdienen dan een niet-Nederlander om een buitenlandse partner bij zich te kunnen laten wonen.Daarnaast is het moment van het ontstaan van een relatie niet meer van belang nu het Hof heeft geoordeeld dat er geen rechtvaardiging is voor het stellen van strengere financiële voorwaarden aan gezinsvorming dan aan gezinshereniging.
Je kunt afstand doen van je NL nationaliteit.Je krijgt dan je oude verblijfsvergunning terug, ik neem aan dat je die voor onbepaalde tijd had.Na een jaar (en als je man eenmaal hier is) kun je vervolgens weer eenvoudig opteren voor de NL nationaliteit (bij de huidige stand van de wetgeving).Eenmaal geen Nederlander meer geldt deze uitspraak voor jullie.Nederlanders met een partner van buiten de EU zijn ten opzichte van de PVV- TON- VVD en CDA-stemmers in de minderheid en kunnen geen vuist maken.Ze zijn afhankelijk van de rechter die zo'n zaak goed voorbereid gepresenteerd moet krijgen.Als iemands uitkering bijstand is, kan overigens vrijwel nooit gezinshereniging plaatsvinden. Dat dit wel zou kunnen is een door de politiek wijdverbreid en in stand gehouden misverstand. Alleen langdurig blijvend volledig arbeidsongeschikten vormen de uitzondering.